Prof. dr. Jacques van Dinteren
Zjak Consult / Innovation Area Development Partnership (IADP)

De laatste jaren wordt meer en meer gediscussieerd over het toelaten van woningen op science parks, al of niet gecombineerd met ondersteunende voorzieningen. Functiemenging, en dan met name wonen, is de laatste jaren ook een terugkerend thema tijdens de werksessies van het jaarcongres van de International Association of Science Parks and Areas of Innovation (IASP; waarbij meer dan vierhonderd science parks en innovatiedistricten zijn aangesloten). Het is echter niet gezegd dat op elk science park andere functies, en dan met name wonen, zouden moeten worden toegestaan. Een en ander is mede afhankelijk van de omvang van het betreffende park. Aangezien een science park pas goed kan functioneren als er sprake is van ‘massa’, in dit geval ruim voldoende ruimte voor de vestiging van bedrijven en instellingen die met elkaar interacties kunnen aangaan, is het relatief eenvoudiger over functiemenging na te gaan denken naarmate het science park groter van omvang is (in termen van hectares. Ik ga in dit artikel overigens voorbij aan diverse Aziatische science parks die de omvang van een stad hebben en waar woningen een vanzelfsprekend onderdeel van die stad zijn).

Typen innovatiegebieden en de combinatie met wonen

Om duidelijkheid te krijgen over de mogelijkheden voor een combinatie van functies in een gebied dat is gericht op het realiseren van innovaties en het vercommercialiseren ervan, moet eerst een onderscheid worden gemaakt in typen innovatiegebieden. Op hoofdlijnen kunnen er drie worden onderscheiden:

  • Het sciencepark dat een vestigingsmilieu vormt voor op innovatie gerichte bedrijven en kennisinstellingen en ondersteunende diensten. Veel science parks zijn gevormd rond een universiteit (die soms op wat grotere afstand is gelegen).
  • De industriële innovatie campus die vergelijkbaar is met een science park, maar waarbij de bedrijven en instellingen niet zo zeer een kennisinstelling / universiteit als spil hebben, maar een leidend innovatief bedrijf (denk bijvoorbeeld aan de campussen van DSM).
  • Het innovatiedistrict dat een sterke menging van functies heeft (kennisinstellingen, innovatieve bedrijven, wonen en voorzieningen) en dat doorgaans te vinden is in of rond binnensteden. In veel gevallen valt de realisatie van een dergelijk district samen met een (omvangrijke) herstructureringsoperatie. Het concept is in Europa in opkomst (in de Verenigde Staten al meer gevestigd) en heeft 22@barcelona enKnowledge Quarter in Londen momenteel als voorbeelden.

De Nederlandse gewoonte om dergelijke innovatiegebieden regelmatig aan te duiden als ‘campus’ kan tot verwarring leiden. In het buitenland is dit begrip doorgaans gereserveerd voor een universiteitscampus. Het campusbegrip in die zin is op geen enkele wijze gekoppeld aan het begrip ‘innovatie’. Kenmerkend is in veel gevallen de menging van kennisinstellingen, onderwijsfaciliteiten én woonfuncties voor studenten en personeel van de universiteit. Bedrijvigheid is niet aanwezig. Het al of niet toestaan van wonen op een science park is echter een ander verhaal. Daarbij spelen ook de kenmerken van het hiervoor genoemde innovatiedistrict een rol.

Van waar die belangstelling voor de woonfunctie?

Er zijn een aantal redenen te noemen waarom er belangstelling is voor het toelaten van woningen op science parks.

  • De eerste is de internationale concurrentiepositie van deze werkgebieden. Kenniswerkers stellen hoge eisen aan het woon- en leefklimaat. Dat betekent dat een hoog kwalitatief aanbod van woningen en voorzieningen in de regio aanwezig moet zijn. Het science park kan één van de aan te bieden milieus zijn. Bijkomend argument is de verkorting van woon-werkafstanden, mede met het oog op de zorg voor een goede werk-privébalans.
  • Ook wordt gesteld dat de toevoeging van woningen (voor studenten, dan wel kenniswerkers) leidt tot sociale duurzaamheid doordat er meer levendigheid is in de avonduren en weekends.Dat heeft tevens positieve effecten voor de sociale veiligheid.
  • Probleem bij veel science parken (de heel grote uitgezonderd) is dat door het relatief beperkte aantal werknemers het draagvlak voor voorzieningen (winkel-,vrijetijds- en recreatiefaciliteiten) beperkt is. Dat draagt niet bij aan de kwaliteit van het werkmilieu en de levendigheid op het park.
  • Bovenstaande punten komen terug in de door science parks gevoelde concurrentie van de opkomende innovatiedistricten. Door hun functiemenging, goede bereikbaarheid per openbaar vervoer / multimodale bereikbaarheid, zeer uiteenlopende voorzieningen (dank zij voldoende draagvlak) en het mede daardoor ontstaan van een creatief milieu spreekt het innovatiedistrict (jonge) werknemers en studenten aan.

In de strijd om de hoogopgeleide, innovatieve en creatieve werknemer en de (internationaal georiënteerde) student komt het science park zodoende op achterstand te staan en worden nadelen van deze parken in het huidige tijdsgewricht duidelijk: de locatie aan de rand van de stad, de autogerichtheid, het monofunctionele karakter, het ontbreken van een creativiteit stimulerende werkomgeving, enzovoorts. Zo zien we op dit moment zelfs een trek van bedrijven vanuit Silicon Valley naar San Francisco. Óf omdat het management daar zelf wil zitten óf omdat het management weet dat daar de gezochte werknemers zijn te vinden.

Er is dus sprake van veranderende vestigingsplaatseisen bij een deel van de bedrijvigheid, mede ingegeven door veranderende eisen bij de werknemers die men aan wil trekken, de kenniswerkers. Het management van tal van science parks is zich nu aan het beraden op de mogelijkheden het concept van hun science park aan te passen aan die veranderende eisen. Het milieu van het innovatiedistrict wordt daarbij vaak als voorbeeld aangehouden. De architectonische / stedenbouwkundige kwaliteiten van dat milieu laten zich moeilijk kopiëren, maar dat ligt anders op het vlak van bijvoorbeeld voorzieningen en woningen, zowel voor die kenniswerkers als voor studenten. Juist het toelaten van de woonfunctie vergroot ook het draagvlak voor voorzieningen en evenementen en kan zo bijdragen aan meer interactie en het creëren van een ‘community’.

Voorbeelden van het opnemen van woningbouw in het concept zijn bijvoorbeeld te vinden in Manchester en Berlijn. In het Adlershof Science Park in Berlijn worden nu 1.600 huurwoningen en appartementen gebouwd naast nog 400 appartementen voor studenten. Bij Didsbury Science Park in Manchester worden een honderdtal woningen en appartementen gebouwd. In beide voorbeelden wordt duidelijk een link gelegd met het science park, maar het is niet duidelijk of dat tevens resulteert in een zekere selectie bij de gegadigden (al kunnen de prijsniveaus wel min of meer een dergelijke werking hebben).

Toegevoegde waarde

Woningen op een science park toelaten op grond die ook ingezet kan worden voor innovatieve bedrijven en kennisinstellingen vraagt om een goede onderbouwing van de toegevoegde waarde van die woningbouw. Als die alleen op het financiële vlak ligt, dan staat die toegevoegde waarde ter discussie. Dat wil zeggen: kiezen voor woningbouw (soms niet eens gericht op kenniswerkers) om de exploitatie rond te krijgen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het Alderley Life Sciences Park (nabij Manchester) waar “the funds released from that [residential] development are to be used to help deliver the desired Life Science Park.” Een link tussen wie er woont en het science park wordt in de plannen voor dat science park niet gelegd. Iets dergelijks geldt ook voor de woningbouw op Hong Kong Science Park en Dubai Science Park.

Daarentegen hebben bijvoorbeeld de woningbouwplannen van het BioSciencePark in Leiden een duidelijk andere insteek. Er worden 1.000 woningen gerealiseerd die zijn bedoeld voor studenten, afgestudeerden en medewerkers van kennisinstellingen en bedrijven die op het park zijn gevestigd. Volgens het management moet dit meer levendigheid brengen (ook in de avonduren) en draagt de ontwikkeling er toe bij dat veel meer voorzieningen kunnen worden gerealiseerd dank zij het vergrootte draagvlak. Daarmee hoopt men een woon- en verblijfsklimaat te scheppen dat beantwoordt aan de eisen die vandaag de dag worden gesteld. Wel blijft de vraag of er sprake zal zijn van een strikt toelatingsbeleid, zodat inderdaad alleen de beoogde doelgroep zich op het science park zal vestigen.

Van toegevoegde waarde kan dus ook sprake zijn omdat door de woningbouw, de ontmoetingsfunctie van uiteenlopende voorzieningen en de organisatie van uiteenlopende evenementen er betere mogelijkheden voor interactie worden geschapen en een community van kenniswerkers, ondernemers en studenten wordt gecreëerd. Een community ontstaat echter niet alleen dank zij voorzieningen en evenementen. Daar is meer voor nodig. Door binnen het management een specialist aan te stellen die zich focust op communitymanagement kan op dit punt een belangrijke bijdrage worden geleverd.


Ongoing and planned real estate projects at Lindholmen Science Park. Photo: Serneke

Van science park naar een afspiegeling van het innovatiedistrict?

Door woningbouw toe te voegen en meer in het algemeen door te kijken naar de mogelijkheden voor functiemenging wordt momenteel op tal van science parks gezocht naar mogelijkheden om het verblijfs- en leefklimaat te versterken. Dat heeft direct te maken met het willen versterken van de concurrentiepositie,onder meer in het licht van de groeiende belangstelling voor innovatiedistricten die als een directe concurrent worden gezien. Opmerkelijk is nu dat enkele science parks door een gunstige situering of ruimtelijke mogelijkheden een dusdanig plan maken, of de bestaande plannen dusdanig bijstellen, dat een meer multifunctioneel, op innovatiegericht woon- en werkgebied ontstaat waarmee men inspeelt op de veranderde eisen van kenniswerkers en het management van op innovatie gerichte bedrijven. Een voorbeeld zijn de plannen voor het Sidney Science Park en Lindholmen SciencePark in Gotenburg (Zweden). In Nederland kan Kennispark Twente zich in deze richting ontwikkelen, gezien de strategie die recentelijk gepresenteerd is en waarbij wordt ingespeeld op de veranderende eisen van ondernemers,kennisinstellingen, studenten en kenniswerkers.

Regionaal kader en afbakening van de doelgroep

Tot slot kan worden opgemerkt dat de zorg voor een voldoende en voldoende gevarieerd woningaanbod voor kenniswerkers in de eerste plaats een aandachtspunt is op regionaal niveau, aangenomen dat een regio een innovatieve regio wil zijn. Uit tal van gesprekken met kenniswerkers en ondernemers is duidelijk hoe belangrijk het woon- en leefmilieu worden gevonden. Er bestaat echter niet één ideaal woonmilieu voor de kenniswerker. Het gezochte woonmilieu is mede afhankelijk van de levensfase waarin de kenniswerker en zijn huishouden verkeert. Een regio moet dus een woningbouwbeleid hebben dat rekening houdt met de eisen van kenniswerkers. Binnen een dergelijk gevarieerd regionaal aanbod kan het science park een bepaalde, onderscheidende plaats innemen.

Kort samengevat

  • Er is een trend bespeurbaar waarbij het management van science parks zich beraadt op de mogelijkheden woningen toe te voegen.
  • De reden daarvoor is in te willen spelen op veranderende eisen van bedrijven en kenniswerkers. Veel science parks worden nu gezien als te monofunctioneel, te ver van de binnenstad gelegen, te autogericht en een werkmilieu biedend dat geen tot weinig mogelijkheden biedt voor interactie en dat door zijn huidige opzet creativiteit niet of onvoldoende stimuleert.
  • De toevoeging van woningen voor kenniswerkers (inclusief studenten) op een science park vergroot het draagvlak voor voorzieningen en kan de interactie tussen kenniswerkers onderling en tussen kenniswerkers en bedrijven/instellingen vergroten. Het levert tevens een bijdrage aan de levendigheid en de sociale veiligheid en draagt bij aan het ontstaan van een community.
  • Een duidelijke relatie tussen science park en woonfunctie is gewenst. De doelgroep voor het wonen betreft derhalve kenniswerkers (inclusief studenten). Woningbouw met een ruimere doelgroep voor ogen om zodoende de exploitatie rond te krijgen is van generlei toegevoegde waarde vanuit het idee van het creëren van een community en innovatiebevordering.
  • Opmerkelijk is dat enkele science parks door een gunstige situering of ruimtelijke mogelijkheden nu een dusdanig plan maken of de bestaande plannen dusdanig bijstellen dat een meer multifunctioneel, op innovatiegericht woon- en werkgebied ontstaat waarmee wordt ingespeeld op de veranderde eisen van kenniswerkers en het management van innovatieve bedrijven. Daarmee ontstaat een gebied dat de positieve kenmerken heeft van een innovatiedistrict.
  • Specifieke afstemming van de woningbouwplanning voor kenniswerkers in een ruimer regionaal kader is gewenst. Er zijn binnen de kenniswerkers verschillende doelgroepen te onderscheiden die ieder hun eigen milieu zoeken; dat kan op het science park zijn, maar ook elders in de regio.