Prof. dr. Jacques van Dinteren, Zjak Consult

Het is onder meer de taak van gemeenten, regio’s en provincies om economische beleidsplannen op te stellen. Daarbij worden doorgaans na een inventarisatie van trends en van sterkten en zwakten de kansen en bedreigingen in beeld gebracht. Al of niet met een afweging van mogelijke streefbeelden wordt vervolgens de visie geformuleerd en de lange termijn strategie uiteengezet. Die strategie wordt vertaald in een concreet actieplan voor de komende vijf jaar (of daaromtrent). Soms wordt nog ingegaan op de gewenste organisatie en de evaluatie van de voortgang en vervolgens gaat men met de plannen aan het werk. De marsroute voor de komende jaren ligt vast.

In die hele gang van zaken is de klad gekomen. Niet zo zeer waar het het hierboven beschreven stramien betreft; wel waar het gaat om de doorlooptijd. Dat komt door de onzekerheden die zijn ontstaan rondom de economische ontwikkeling van steden en regio’s. De economische crisis van de afgelopen jaren heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. In sommige gevallen heeft dat geleid tot het afzien van het uitwerken van specifiek ruimtelijk-economisch beleid; er verschenen minder economische beleidsrapporten. Dat mag opmerkelijk heten, want per slot van rekening was het juist de afgelopen jaren zaak om actie te ondernemen. Anderzijds heeft die economische neergang wellicht geholpen een kentering te bewerkstelligen in het denken over de manier waarop economisch beleid moet worden gemaakt en uitgevoerd. De huidige economie van steden en regio’s wordt immers gekenmerkt door een als maar toenemend tempo van veranderingen met gevraagde passende reacties in een even hoog tempo. Kwikzilver economie. Daarbij blijft een voor vijf jaar in beton gegoten beleidsnota moeilijk overeind, ook al gaat die vergezeld van een concreet actieplan.

Gevraagd: flexibiliteit

Een korte analyse, een heldere visie, concrete acties in een digitale vorm die – bij wijze van spreken – vrijwel dagelijks kan worden aangepast en aangevuld (zeker waar het de actiepunten betreft) lijkt veel meer van deze tijd te zijn. Dergelijke flexibele economische beleidsplannen zullen eerder op het internet zijn te vinden dan in een ringband. Het zijn ook niet langer overheidsplannen, maar plannen die zijn opgesteld in samenwerking met andere stakeholders als werkgeversorganisaties, (grote) ondernemingen, de organisatie van binnenstadsondernemers, onderwijs- en kennisinstellingen en dergelijke. Een ontwikkeling die overigens al lang aan de gang is.

Het idee van flexibiliteit in het economisch beleid maakt het noodzakelijk dat voornoemde partijen niet alleen worden betrokken bij de opstelling van het beleid, maar tevens bij het volgen, bijstellen en uitvoeren daarvan. Dat leidt ertoe dat in verschillende gemeenten en regio’s ‘economic boards’ in het leven zijn geroepen om in gezamenlijk overleg met de overheid het beleid te volgen en waar nodig aan te passen en aan te vullen. Waarom die aanduiding in het Engels moet is overigens vooralsnog niet duidelijk (jaren geleden heette zoiets gewoon de Commissie Bakker). Voorbeelden zijn Rotterdam, Nijmegen en Alphen aan den Rijn. In sommige gevallen neemt de gemeente nadrukkelijk deel in de organisatie, in andere gevallen gaat het eerder om een onafhankelijk adviesorgaan. Rotterdam Economic Partners bijvoorbeeld bestaat uit bestuurders van toonaangevende bedrijven, maatschappelijke, culturele en kennisinstellingen. Zij stellen zich onafhankelijk op en dragen bij aan het gemeentelijke economisch beleid in goede afstemming met het College van Burgemeester & Wethouders en de directie van de gemeente.

Gewijzigde rol voor de overheid

Gegeven die veranderingen wijzigt de rol van de overheid, of – misschien wat specifieker – die van de afdeling Economische Zaken. De overheid neemt steeds meer de rol van facilitator op zich. Belangrijker dan het maken van een beleidsstuk is momenteel het proces waarin betrokken partijen gezamenlijk keuzes voor economische ontwikkeling maken. Ideeën worden vooral vanuit de maatschappij aangedragen, worden door de maatschappij getrokken en (deels) gefinancierd. De overheid neemt een ondersteunende rol op zich door waar mogelijk financiële middelen beschikbaar te stellen en het haar ter beschikking staande instrumentarium te gebruiken. Het hele idee van flexibele plannen en economic boards past daar prima in. Met alle digitale technieken die momenteel ter beschikking staan kunnen die economic boards eenvoudig ‘bottom up’ worden gevoed met ideeën van bewoners, bedrijven, kennisinstellingen, enzovoorts, al zal dan wel een goed afwegingskader moeten worden opgezet om zin van onzin te kunnen scheiden.

Regionale afstemming en samenwerking

In een te formuleren economisch beleid zijn zeker onderdelen aan te wijzen die niet goed tot hun recht zullen komen als door een gemeente niet voor een regionaal perspectief wordt gekozen. Eenvoudigweg omdat de arbeidsmarkt en de markt voor bedrijfshuisvesting regionaal van karakter zijn. Provincies hebben veelal regionale overleggen geïnitieerd, of gemeenten zijn zelf de samenwerking aangegaan. Vaak moet echter worden vastgesteld dat deze samenwerkingsverbanden nog niet efficiënt opereren. Zeker als het gaat om de economie gaat het regionaal denken nog niet elke bestuurder even goed af. Uit oogpunt van economische ontwikkeling en duurzaam ruimtegebruik is een dergelijke samenwerking echter een must. Voor werklocaties zijn de aanwijsbare voordelen onder meer een gevarieerd aanbod, een goede afstemming tussen vraag en aanbod, mogelijkheden voor ruimtelijke concentratie van terreinen, het hanteren van eenzelfde methodiek voor de bepaling van grondprijzen, enzovoorts.

Daar komt bij dat steeds meer overheidstaken worden gedecentraliseerd naar gemeenten, die vervolgens zoeken naar de beste manier om deze taken uit te voeren. Samenwerking kan dan leiden tot belangrijke schaalvoordelen.

Het belang van een regionale invalshoek leidt ertoe dat sommige economic boards juist ook op dat schaalniveau functioneren. Voorbeelden zijn de economic boards van de regio Nijmegen – Arnhem – Wageningen, (provincie) Groningen, regio Amsterdam en regio Zwolle. Terwijl in de eerdergenoemde voorbeelden bedrijven en instellingen waren vertegenwoordigd, zien we in de samenstelling van de eerstgenoemde board ook burgemeesters, een wethouder en een gedeputeerde vertegenwoordigd. Soms ontstaat iets dat enigszins vergelijkbaar is met een economic board, maar is opgezet door een geheel andere partij. De Rabobank zegt over zichzelf een maatschappelijke taak te hebben en in het Rijk van Nijmegen heeft dat geleid tot een samenwerking tussen zeven gemeenten uit die regio en de bank. Onder de noemer van Rijk van Nijmegen 2025 hebben deze partijen onder leiding van de bank het initiatief genomen om de regio sociaal-economisch te versterken door concrete projecten in gang te zetten. De komende twee jaar worden de eerste 25 projecten gestart.

‘Rolling plans’

Vastgesteld kan worden dat het de afgelopen decennia niet heeft ontbroken aan burger- en (vooral) bedrijfsparticipatie bij het opstellen van economische beleidsplannen. De laatste jaren is die samenwerking alleen nog maar sterker geworden. Gegeven de ervaringen van de afgelopen jaren moeten deze samenwerkingsverbanden vooral zoeken naar flexibiliteit in die plannen. Met ontwikkelingslanden voor ogen, gekenmerkt door een ‘fluid economy’, pleitte de econoom Gunnar Myrdal al in 1958 voor ‘rolling plans’ (in een notitie voor het Indiaas parlement). Gezien de huidige economie lijkt dat concept zich zeker niet te hoeven beperken tot de zich ontwikkelende landen. Rolling plans gaan uit van een haast continue (maar in ieder geval jaarlijkse) aanpassing. Dus zeker niet alleen een evaluatie om vast te stellen of men wel of niet op koers ligt.

Nu we terecht zijn gekomen in die zogenaamde kwikzilver-economie zijn rolling plans noodzakelijk. Ze kunnen de noodzakelijke flexibiliteit en wendbaarheid bieden. De eerlijkheid gebiedt echter ook te vermelden dat met deze methode van werken lange termijn doelstellingen uit het oog kunnen worden verloren. Als daar niet voor wordt gewaakt kan een evenwichtige economische ontwikkeling (alsnog) worden belemmerd.

‘Rolling plans’ en de kwikzilver economie
Getagd op:                                                                                                                                                

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *