Prof. dr. Jacques van Dinteren

Laten we eens niet kijken naar de fysieke kant van de herstructurering van verouderde bedrijventerreinen, maar de economische kant als invalshoek nemen. Wat gebeurt er als we op die terreinen niet alleen de ruimte, maar ook de bedrijven gaan herstructureren?

De herstructurering van bedrijventerreinen heeft de afgelopen tien jaar hoog op de agenda gestaan. Er zijn door overheden van hoog tot laag veel financiële middelen voor vrij gemaakt en er zijn vervolgens ook tal van herstructureringsprojecten uitgevoerd. De bijdrage van de rijksoverheid is echter gestopt en het is aan de provincies om al of niet door te gaan met subsidieprogramma’s waarbij doorgaans co-financiering van de lokale overheid wordt verwacht.

Tot op heden is het niet duidelijk wat alle uitgevoerde herstructureringsprojecten hebben opgeleverd. In 2015 constateerde Huub Ploegmakers in zijn proefschrift dat de investeringen die overheden de afgelopen jaren hebben gedaan om de veroudering op bedrijventerreinen aan te pakken geen zichtbare positieve effecten hebben op het economisch functioneren van deze terreinen (waarmee niet is gezegd dat de ruimtelijke kwaliteit niet kan zijn verbeterd). Het blijft natuurlijk een probleem dat veel van de herstructureringsprojecten betrekking hebben op alleen de publieke ruimte. De overheid kan nu eenmaal niet aan individuele bedrijven financiële middelen voor een opknapbeurt ter beschikking stellen. Op zijn best kan een actiepunt worden geformuleerd zoals een gevelverbeteringsfonds. In het allerslechtste geval heeft een bedrijventerrein na afloop van de herstructureringsoperatie een goed verzorgde openbare ruimte, maar laten de individuele kavels een sterk uiteenlopende ruimtelijke kwaliteit zien die niet altijd spoort met wat in het openbaar gebied bereikt is.

De vraag komt op of – in het licht van het bovenstaande – bij herstructureringsoperaties niet ook moet worden gewerkt aan het economisch functioneren van de gevestigde bedrijven. Als we het nu eens anders aan zouden pakken?

Even een stapje terug. Wat gebeurt er op zo’n verouderd terrein? Het beantwoordt op een gegeven moment niet meer aan de eisen die ondernemers stellen. De grond op nieuwe, goed bereikbare terreinen aan de rand van de stad is goedkoop, dus een bedrijf pakt zijn spullen en verhuist. Uit diverse onderzoeken van STEC blijkt dat ongeveer één op de drie ondernemers op het punt staat grote investeringen te doen. De overheden hebben daar doorgaans geen weet van en kunnen daar dan ook niet op inspelen. Niet elke ondernemer heeft echter de middelen om te verhuizen naar een nieuwe locatie. Daardoor is de kans groot dat juist de zwakkere ondernemingen achter blijven en dat zijn niet de bedrijven die als eerste kavel en pand eens flink op zullen gaan knappen. Die zullen hun geld anders moeten inzetten. Zo kan een negatieve spiraal ontstaan waarbij de economische prestatie van het terrein als geheel sterk achteruit gaat.

Stel dat we nu eens niet de openbare ruimte gaan aanpakken, maar eerst of tegelijkertijd de  achtergebleven bedrijven? Dat er een actieplan komt dat er op gericht is die vaak matig werkende bedrijven te coachen en te adviseren over productvernieuwing, het betreden van nieuwe markten, het toepassen van andere managementtechnieken, en dergelijke. Herstructurering richt zich in een dergelijke strategie dus niet meer alleen op de fysieke aspecten, maar ook op het versterken van de gevestigde bedrijven. Juist die versterking van de bedrijven door ondersteuning bij innovatie is een eerste en belangrijke stap in het herstructureringsproces.

En natuurlijk geldt ook hier (net als bij de fysieke veroudering): hoe eerder je erbij bent ondernemers te helpen innoveren des te geringer de investeringen om de zaak om peil te krijgen en te houden.

 

Herstructurering bedrijventerreinen: juist ook innoveren!
Getagd op:                                                                                    

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *